Singravenrit 3 augustus 2025

Koets’n Keerls hebben tijdgeest tegen, vrees dat Twentse traditie definitief verloren gaat.

Het is een traditie die in Twente langzaam maar zeker dreigt te verdwijnen. Steeds minder menners nemen deel aan ritten met authentieke koetsen. De Twentse menvereniging Koets’n Keerls luidt de noodklok. Maar de gepassioneerde deelnemers aan de Singravenrit hebben de hoop niet opgegeven.
Zo’n stoet met historische koetsen trekt in Twente veel bekijks. Temeer daar de menners, grooms en passagiers in stijl gekleed gaan. De mannen in pak, vrouwen in fleurige jurken en allen met een hoed op. Langs de route staan vooral ouderen en jonge kinderen die volop genieten van het schouwspel.

Schril contrast
Die grote publieke belangstelling staat in schril contrast met de huidige staat van het ‘authentiek aangespannen rijden’, zoals het officieel heet. De tijd dat zo’n stoet nog uit tachtig tot honderd koetsen bestond ligt al decennia achter ons. Aan de Singravenrit namen zondag minder dan twintig combinaties deel. Het aantal ritten met koetsen die minimaal een eeuw oud moeten zijn is in Twente inmiddels geslonken tot twee. De Twenterit in juli en de Singravenrit in augustus.

‘Uitstervend ras’
De deelnemers weten dat ze in de hoek zitten waar de klappen vallen. Hun gemiddelde leeftijd wordt steeds hoger, omdat de aanwas van jongeren stokt. „We zijn een uitstervend ras, maar hopelijk gebeurt dat niet vandaag”, grapt een deelnemer. De koetsen hebben zich inmiddels opgesteld voor het defilé bij Erve Meinders in Tilligte.

Annemieke Oude Avenhuis (75) uit Hoge Hexel denkt dat de jeugd dit soort ritten te oubollig vindt, snelheid en sensatie mist en opziet tegen het vele werk. Want aan een dergelijke rit gaan soms dagen van voorbereiding vooraf. Paarden moeten worden gewassen, gedoucht en geföhnd, leidsels ingevet, alle koperwerk glimmend gepoetst en zelfs de hoeven van de paarden worden soms opnieuw geverfd. Oude Avenhuis viel meer dan twintig jaar geleden van haar paard, met ernstige rugklachten tot gevolg. „Ik dacht toen: wat doe ik nu?”, zegt ze. Ze ging mennen in een originele spider, voelt zich vrij als ze weer eens onderweg is en beleeft veel plezier aan de ‘noodzakelijke verkleedpartij’. Samen rijden met bekenden vindt ze heerlijk.

Dat samen zijn met oude bekenden is ook voor Harry Groener (77) uit Denekamp belangrijk. Hij vindt het ‘fantastisch’ op de bok te zitten. „Ik ben een actief mens en we moeten dingen blijven doen. Ik ga straks moe, maar voldaan naar huis”, zegt hij. Hij erkent dat deze hobby ‘peperduur’ is en dit wellicht jongeren weerhoudt om zelf authentiek te rijden. Groener: „Ik heb net acht nieuwe hoefijzers gekocht en tel daarvoor 300 euro neer.”

‘Hobby van het platteland’
Veel Koets’n Keerls komen van het platteland. Ze zijn opgegroeid met paarden en hebben zelf de noodzakelijke ruimte voor het stallen van koetsen en paarden. Vaak gaat zo’n hobby over van vader op zoon of zorgen andere familieleden dat mensen behept raken met ‘het menvirus’. Een keertje mee en ze zijn verkocht.

Gemis wordt gevoeld.

Zo ook Arie Middelkamp (81) uit Wierden. „Het is net als op wintersport gaan. Als je het een keer hebt gedaan dan wil je niet meer anders. Je komt overal, ook op buitenplaatsen en kastelen die anders niet toegankelijk zijn. Het is heerlijk om door de Twentse natuur te rijden.”
Hij vond het essentieel deze hobby te delen met zijn vrouw Gerda. „Zij zei altijd: ‘Ik ben van de presentatie, jij van de restauratie’.” Haar recente overlijden kwam keihard aan en zonder haar op de bok vindt hij nog steeds ‘moeilijk’. Tranen wellen op in zijn ogen. Hij is daarom erg blij dat zijn voormalige buren hem op deze Singravenrit vergezellen.

Iets verderop staan dorpsgenoot Herman Steenbergen (72) en zijn vrouw Hennie (69). Eveneens al vele jaren van de partij met een Duitse dokterswagen. Trots wijst Herman op de originele dokterstas op de bok en de schijfrem daarnaast. „In Duitsland was zon rem verplicht, in Nederland ontbreekt die bij de meeste koetsen. Wij vinden het wel zo veilig in het steeds drukker wordende verkeer.”
De Koets’n Keerls weten dat ze de tijdgeest tegen hebben, maar vrijwel niemand van hen denkt dat deze traditie helemaal verdwijnt. Ja, het aantal deelnemers wordt kleiner en vers bloed is noodzakelijk, maar ze blijven hopen dat zo’n historisch schouwspel anderen enthousiast maakt voor het authentieke rijden.

Debby van der Zande
Het defilé op Erve Meinders wordt opvallend genoeg afgenomen door de bekende Oldenzaalse influencer Debby van der Zande. Haar autistische zoon Duuk komt namelijk in een van de 21 nieuwe zorgappartementen te wonen, die op deze ‘boerencampus’ aan de Westenveldweg worden gebouwd. Hieronder een beeldcompilatie van enkele deelnemers.

De tekst is van Han Haverman van Tubantia en de Foto’s van de Coen Mulder van de Twentse Fotosite.

Beelden van de Twenterit